Wikia


Krokodillentranen is het 247ste album van De belevenissen van Jommeke. Het album verscheen in 2009 en telt 48 pagina's.

Verhaal Edit

Annemieke en Rozemieke zijn samen met hun ouders op vakantie in Egypte. Rozemieke vindt het echter niet zo leuk, ze zeurt de hele tijd over Jommeke en dat reizen met Jommeke spannender is. Annemieke heeft een dagboek bij waarin ze al haar geheimen aan het schrijven is. Tijdens de kamelentocht verliest ze ongemerkt haar dagboek. Bij thuiskomst merkt Annemieke op dat ze haar dagboek kwijtspeelde in Egypte. De Miekes roepen de hulp in van Jommeke om het boekje te zoeken. Ze gaan samen met Jommeke, Flip en Filiberke naar professor Gobelijn. De vliegende bol is stuk, dus mogen ze de vliegende ton gebruiken. De professor heeft enkele nieuwigheden, namelijk een afstandsbediening om de ton te besturen en een koplamp die nooit stuk kan gaan. Ze gaan naar Egypte en vinden het dagboek vrij snel. Filiberke heeft nog iets anders gevonden, namelijk een tempel. In deze tempel bevindt zich een poortje in een van de muren. Plots wordt de weg naar de uitgang versperd door een grote cobra. De enige uitweg is de gang via het poortje. Plots klapt het dicht en zitten ze in het donker. Gelukkig heeft Filiberke de koplamp bij zich. Plots ontdekken Flip en Filiberke een schat met gouden tranen in een stenen krokodil. Na uren ronddolen zijn de vier kinderen zo moe en gaan ze slapen. Terwijl ze slapen wordt Filiberke wakker en ontdekt de uitgang. Wanneer de vier eindelijk buiten zijn krijgen ze allemaal dorst. Jommeke springt op een nijlpaard en gaat hulp halen. Hij wordt gevonden door een man die naar schatten zoekt. Hij stelt zich voor als Sjadoef en helpt Jommeke en zijn vrienden. Ze gaan weer de tempel in omdat Sjadoef de schat met de gouden krokodillentranen wil zien. De volgende dag hebben de kinderen een witte huid gekregen. Ze gaan meteen weer huiswaarts. Professor Gobelijn zegt hen dat het een eeuwenoud virus is en hij hen kan genezen. Wanneer ze normaal zijn keren ze terug naar Egypte. Intussen heeft Sjadoef een gemeen plannetje bedacht. Als de vrienden terugkeren naar Egypte, worden ze ervan beschuldigd de krokodillentranen gestolen te hebben. Jommeke kan hun onschuld bewijzen want volgens Sjadoef is hij nog niet in de tempel geweest, maar hij heeft wel het papyrusvirus. Alles wordt vlug duidelijk. Sjadoef probeert nog te ontsnappen, maar tevergeefs. Tot slot worden Jommeke en zijn vrienden aanschouwd als ontdekkers van Krokodilopolis. Iedereen keert tevreden huiswaarts, met uitzondering van Sjadoef natuurlijk