Wikia


Kwak en Boemel zijn twee personages uit De belevenissen van Jommeke. Oorspronkelijk maakten ze hun debuut in Het wonderdrankje. In herdruk maken ze hun debuut al in De jacht op een voetbal, waar ze de originele boeven Kale Schrobber en Piet Kwak vervangen.

Kwak is de grootste van de twee en slank. Hij spreekt woorden die met een klinker beginnen steeds uit met de 'H'. Hij draagt een pet, in de oudere verhalen draagt hij soms een zwarte hoed. Boemel is kleiner en dikker. Hij spreekt woorden anders uit, de 'b' spreekt hij uit als een 'p', de 'v' als een 'f' enzovoort.

Kwak en Boemel zijn landlopers en wonen in een hol onder de grond aan de rand van Zonnedorp. Bij hun debuut in Het wonderdrankje woonden ze nog in een oude vervallen toren. In enkele verhalen hebben ze een café (De bedrogen miljonair en De grote zeilrace).

In een aantal verhalen zijn ze tegenstanders van Jommeke en horen ze bij de schurken, vooral als er geld in het spel is en ook Anatool erbij betrokken is. In enkele verhalen helpen ze de Koningin van Onderland met haar boze plannen (Anakwaboe, Het pompoenenkasteel). In andere verhalen zijn Kwak en Boemel vrienden van Jommeke en helpen ze elkaar.